Waar is het Office du Tourisme? Waar vind je WiFi-aansluitingen? Wat is een arrondissement? Hoe moet je afrekenen? Wat is een handige plattegrond? Welk stokbrood is er te koop? Allemaal vragen die je kunt tegenkomen als je naar Parijs gaat. En er zijn er nog veel meer. Hier vind je de antwoorden.
Afrekenen
Wie in Parijs wil betalen voor een kop koffie, een drankje of een diner trekt de aandacht van de ober en zegt: ‘l’Addition, s-il-vous-plait’ (de rekening alstublieft) of ‘Je voudrais payer’ (ik wil graag betalen). Het kan meestal ook in het Engels. Je kunt contant betalen of met een creditcard, maar niet met een Nederlandse bankpas. Een fooi geven hoeft niet (die zit officieel in de prijs), maar als je tevreden bent, kun je een fooi geven van ongeveer 5%.
Arrondissementen
Parijs is bestuurlijk verdeeld in 20 arrondissementen. Elk arrondissement is weer onderverdeeld in vier quartiers (wijken). De nummering van de arrondissementen loopt als een spiraal vanuit het centrum met de klok mee naar buiten. Elk arrondissement heeft zijn eigen stadhuis (‘mairie’), zijn eigen burgemeester (‘maire’) en zijn eigen conseil d’arrondissement, vergelijkbaar met onze gemeenteraad. Het conseil d’arrondissement wordt rechtstreeks gekozen en kiest op zijn beurt de burgemeester.
De 20 arrondissementen liggen allemaal binnen de stadsring, de boulevard Périphérique. Daarbuiten liggen de voorsteden, de ‘banlieues’, die niet bij Parijs horen maar wel onderdeel zijn van de Parijse agglomeratie. Het Bois de Boulogne en het Bois de Vincennes liggen wel buiten de Périphérique, maar horen administratief tot respectievelijk het 16e en het 12e arrondissement. Dat geldt niet voor La Défense.
Parijs werd voor het eerst in arrondissementen verdeeld in 1795. Het waren er toen nog maar twaalf, negen op de rechterover en drie op de linkeroever. In 1860 werden er acht arrondissementen toegevoegd door het annexeren van de omliggende dorpen. Tegelijk werden alle arrondissementen opnieuw genummerd volgens het spiraalmodel. De namen van enkele dorpen kom je nog steeds tegen als onderdeel van een arrondissement: Belleville, Charonne, Vaugirard, Bercy, Montmartre. In de namen van veel metrostations herken je de namen van de quartiers.
Arrondissementen en quartiers
arrondissement
naam
quartiers
1
Louvre
Saint-Germain-l’Auxerrois
Les Halles
Palais-Royal
Place Vendôme
Grandes-Carrières
Clignancourt
Goutte-d’Or
La Chapelle
19
Buttes-Chaumont
La Villette
Pont-de-Flandres
Amérique
Combat
20
Ménilmontant
Belleville
Saint-Fargeau
Père-Lachaise
Charonne
Banlieue
Wijken rond Parijs, buiten de boulevard Périphérique. Soms met grote concentraties hoogbouwflats en bewoners met een laag inkomen en lage opleiding (zoals La Courneuve), soms met villa’s en welgestelde, hoog opgeleide bewoners (zoals Neuilly-sur-Seine).
Begraafplaatsen
Tot in de 18e eeuw werden Parijzenaars begraven bij de kerk. Omdat de stad snel groeide waren deze kerkhoven op den duur overvol en wegens de slechte hygiënische omstandigheden werden ze toen van lieverlede overgebracht naar verlaten steengroeven (catacomben) in wat nu het 14e arrondissement is. Napoléon I verordonneerde in 1801 de aanleg van grote begraafplaatsen in het noorden, zuiden en oosten, buiten de toenmalige muren. Dat zijn de huidige Cimetières Montmartre, Montparnasse en Père Lachaise.
De begraafplaatsen zijn als parken aangelegd. Door de diversiteit van de graven en door de prachtige bomen, struiken en bloemen die op de begraafplaatsen staan zijn ze plaatsen geworden waar je aangenaam kunt wandelen. Veel beroemdheden hebben hier een laatste rustplaats gevonden. Op Montmartre liggen bijvoorbeeld componist Hector Berlioz, schilder Edgar Degas en zangeres Dalida. Beroemdheden op Montparnasse zijn onder andere beeldhouwer Zadkine en schrijversechtpaar Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir. Op Père Lachaise vind je de graven van zanger Jim Morrison en zangeres Edith Piaf. Maar vaak zijn de graven van onbekenden het meest verrassend. Bezoek ook eens een kleinere begraafplaats, bijvoorbeeld Saint-Vincent, Picpus of Bercy. Die zijn minder groot en daardoor intiemer.
In totaal zijn er binnen de stadsgrenzen 14 begraafplaatsen. Gegevens over adres, openingstijden en beroemde graven vind je in deze Franse lijst of een lijst in het Nederlands.
Bloemenmarkten
In Parijs zijn drie bloemenmarkten (marchés aux fleurs). De bekendste is op het Ile de la Cité, op de place Louis-Lépine en de quai de Corse langs de Seine (4e arrondissement, metro Cité). Deze markt is elke dag open van 8 tot 19 uur. Op zondag is er een vogelmarkt. Ook op de place de la Madeleine (8e arrondissement, metro Madeleine) is een bloemenmarkt, die geopend is van maandag t/m zaterdag van 8 tot 19.30 uur. De derde is op de place des Ternes (17e arrondissement, metro Ternes). Deze markt kun je bezoeken op dinsdag t/m zondag van 8 tot 19.30 uur.
Boeken over Parijs
John H. Boom, Parijs, Couleur locale.Boom, 2000
Korte beschouwende verhalen over wandelingen door Parijs.
Olivier van Beemen, In Parijs. Balans, 2009
Belevenissen van zeven jaar Frankrijk van de Parijse correspondent van een aantal Nederlandse kranten. Hij schrijft smakelijk over Sarkozy, Le Pen, Chirac, de banlieue, de Franse economie, daklozen en onvrede bij boeren, jongeren en studenten. Maar ook over kamers huren, fietsen in Parijs en nieuwjaarsrecepties.
Danielle Chadych en Dominique Leborgne, Atlas de Paris, Evolution d’un paysage urbain. Parigramme, 2007
De ontwikkeling van het stadslandschap vanaf het ontstaan van Parijs tot nu. Mooie foto’s en interessante kaarten.
Gregor Dallas, Metrostop Paris.Walker, 2008
Twaalf historische verhalen over Parijs met als uitgangspunt een metrostation.
Henk Dijkman, Tuinengids Parijs. Kosmos, 1999
Gids voor praktisch alle tuinen en parken in Parijs. Niet meer in de handel.
Adriaan van Dis, De wandelaar. Augustus, 2007
Roman over een man en een hond en de grotestadsproblemen van Parijs.
David Downie, Paris, Paris. Journey into the city of light. Transatlantic Press, 2005
Dertig artikelen over plaatsen, mensen en bijzonderheden in Parijs.
Leo Faust, Nieuwe gids van Parijs (Parijs in tien dagen). J.M. Meulenhoff, 1927
Gids uit de jaren 30, geschreven door een Nederlander die in Parijs het restaurant 'Bij Leo Faust' in de rue Pigalle runt. Kostelijke gedetailleerde beschrijvingen van uitstapjes, lunches, diners, cabarets en theaters, tien dagen lang.
Philip Freriks, De meridiaan van Parijs.Conserve, 2007
Tocht langs de 135 koperen plaatjes van de meridiaan van Parijs.
Jacques Garance en Maud Ratton, Secret Paris. Jonglez, 2007
Onbekende en bizarre zaken in Parijs, gerangschikt per arrondissement.
Adam Gopnik, Paris to the Moon. Quercus, 2008
Verslag van een verblijf van een paar jaar in Parijs.
Ernest Hemingway, A moveable feast. Penguin, 1964
Verslag van Hemingway’s verblijf in Parijs in de jaren 1921-1926.
Alistair Horne, Seven ages of Paris.Pan, 2003. Boeiend vertelde geschiedenis van Parijs in zeven perioden, van 1180-1969.
Andrew Hussey, Paris, The secret history.Penguin, 2007
Parijs, de verborgen geschiedenis. Arbeiderspers, 2007
De duistere kant van Parijs, levendig verteld vanuit het perspectief van zwervers, criminelen, anarchisten en immigranten.
David P. Jordan, Transforming Paris. The life and labours of Baron Hausmann. University of Chicago Press, 1996
Biografie over Hausmann met een historische beschrijving van de veranderingen van de stad in de 19e eeuw. Wie alles wil weten over de Hausmann-periode, moet dit boek lezen.
Ross King, The judgement of Paris. Pimlico, 2007
Minutieuze beschrijving van het ontstaan en verloop van het impressionisme in de 19e eeuw.
Mary McAuliffe, Paris discovered. Explorations in the city of light. Elysian Editions, Princeton Book Company, 2006
Historische verhalen aan de hand van 17 onderwerpen.
Jeremy Mercer, Books, baguettes and bedbugs. The Left Bank World of Shakespeare & Co. Phoenix, 2006
Onderhoudend verslag van een Canadese journalist over een verblijf van een aantal maanden bij de beroemde boekhandel Shakespeare & Co.
Leonard Pitt, Promenades dans le Paris disparu.Parigramme, 2002
Stadswandelingen aan de hand van veranderde stadsgezichten
Gérard Roland, Stations de métro, d’Abbesses à Wagram. RATP, 2006
Verklaring van alle namen van de Parijse metrostations.
Thirza Vallois, Around and about Paris, Volume One: 1st, 2nd, 3rd, 4th, 5th, 6th and 7th arrondissements. Iliad Books, 1999
Uitgebreide historische informatie over zeven Parijse wijken. Er zijn nog twee delen over de andere arrondissementen.
Pascal Varejka, Paris, Une histoire en images. Parigramme, 2007
Tweeduizend jaar geschiedenis van Parijs met bijbehorende afbeeldingen van schilderijen, tekeningen, plattegronden en foto's.
Edmund White, De flaneur.Atlas, 2002
Beschouwingen over Parijs van White, die zestien jaar in Parijs woonde.
Bouquinistes Bouquinistes zijn verkopers van tweedehands boeken, tijdschriften, posters en prentbriefkaarten. Zij mogen hun spullen verkopen vanuit een groen gekleurd stalletje langs de Seine. Ze bestaan al sinds het midden van de 16e eeuw, toen ook op de bruggen over de Seine winkels te vinden waren. Ze gebruikten eerst kruiwagens om hun boeken te vervoeren, maar later maakten ze bakken die ze met leren banden aan de brugleuningen vastmaakten. In 1891 kregen ze toestemming om hun kisten neer te zetten langs de Seinekaden. Tegenwoordig zijn er ongeveer 250 bouquinistes. Wie zich aanmeldt moet gemiddeld acht jaar wachten voor hij aan de beurt is voor een vergunning.
De bouquinisten krijgen vier kisten van een vastgestelde afmeting en kleur en betalen ongeveer 100 euro huur per jaar. Ze moeten minstens vier dagen per week open zijn, en dat kan wel eens een opgave zijn als het slecht weer is. De prijzen van de boeken zijn meestal iets lager dan in de winkel. Je kunt er soms ook leuke prentbriefkaarten kopen uit vroeger jaren. Of misschien tik je nu juist dat boek op de kop waar je al zo lang naar op zoek was…
Je vindt de bouquinistes op de rechteroever tussen de pont Marie en de quai du Louvre en op de linkeroever tussen de quai de la Tournelle en de quai Voltaire. Openingstijden zijn grofweg tussen 11.30 uur en zonsondergang.
www.bouquinistedeparis.com
Défenseur du temps
Vlakbij het Centre Pompidou, in de rue Bernard de Clairvaux (4e arrondissement, metro Rambuteau) hangt aan een muur een installatie die ‘le Defenseur du Temps’ heet (de verdediger van de tijd). Het stelt een man voor met een zwaard die strijdt met een een draak, een vogel en een krab, die de aarde, de lucht en de zee voorstellen.
Elk uur tussen 9 en 22 uur ‘vecht’ de man met een van zijn tegenstanders, om 12, 18 en 22 uur met alle drie tegelijk. Het geheel vindt plaats met geluid van de zee, de wind en het gerommel van het binnenste van de aarde. De automaat is ontworpen en gemaakt door Jacques Monestier en werd in 1979 in gebruik genomen. Helaas is het mechanisme de laatste jaren stuk. Het wachten is op een gulle gever die de reparatiekosten wil betalen.
Feestdagen in Parijs
De officiële Franse feestdagen zijn:
1 januari
Nieuwjaarsdag (Jour de l’An)
25 april (2011), 9 april (2012)
Paasmaandag (lundi de Pâques)
1 mei
Dag van de Arbeid (Fête du Travail)
8 mei
Bevrijdingsdag 1945
2 juni (2011), 17 mei (2012)
Hemelvaartsdag (Ascension)
13 juni (2011), 28 mei (2012)
Pinkstermaandag (lundi de Pentecôte)
14 juli
Fête Nationale, Quatorze Juillet
15 augustus
Maria Hemelvaart (Assomption)
1 november
Allerheiligen (Toussaint)
11 november
Wapenstilstandsdag (Armistice 1918)
25 december
Kerstmis (Noël)
Op 1 januari, 1 mei en 25 december zijn de meeste winkels, restaurants en musea dicht.
Films die in Parijs spelen
Er zijn nogal wat films die zich afspelen in Parijs. In 2008 verscheen Le voyage du ballon rouge van regisseur Hou Hsiao-hsien. In 2007 kwam Paris van Cédric Klapisch uit, en een jaar eerder Paris je t'aime van diverse regisseurs.
Maar ook oudere films als Hôtel du Nord (Marcel Carné, 1938), Quai des Orfèvres (Henri-Georges Clouzot, 1947), Le ballon rouge (Albert Lamorisse, 1956), Ascenseur pur l’Echafaud (Louis Malle, 1958), A bout de souffle (Jean-Luc Godard, 1960) en Jules et Jim (François Truffaut, 1962) hadden Parijs als decor.
Heel populaire films waren de laatste jaren Chacun cherche son chat die in het 11e arrondissement is opgenomen (Cédric Klapisch, 1996), Le fabuleux destin d’Amélie Poulain die in Montmartre speelt (Jean-Pierre Jeunet, 2001), The Da Vinci Code, o.a. gedraaid in het Louvre (Ron Howard, 2006) en de animatiefilm Ratatouille (Pixar Animation Studios, 2007). Op deze lijst vind je alle films die in Parijs spelen.
Foto’s van gebouwen
Wil je wel eens zien hoe je hotel eruit ziet, of het Grand Palais, of de ijswinkel van Berthillon op het Ile Saint-Louis? Kijk dan op de Pages Jaunes. Vul de straat en het huisnummer in van het gebouw dat je zoekt, klik op Rechercher, en voilà: de foto verschijnt op je scherm.
Grande Axe
De Grande Axe of Axe Historique is een historische lijn die dwars door Parijs loopt: vanaf het Louvre over de Place de la Concorde en de Arc de Triomphe naar de Grande Arche de la Défense. Zowel het Louvre als de Grande Arche staan echter niet precies op die lijn, beide gebouwen wijken er 6,3 graden van af. Vanaf de Arc de Triomphe en de Grande Arche kun je de Grande Axe goed zien.
Grands Projets
Grands Projets of Grands Travaux zijn de monumentale moderne gebouwen die tijdens de regeerperiode van verschillende presidenten van Frankrijk sind 1969 zijn gerealiseerd.
Georges Pompidou (president van 1969-1974) begon ermee. Hij hield van moderne kunst en bedacht een plan voor een groot centrum voor moderne kunst op de place Beaubourg: het tegenwoordige Centre Pompidou. Het werd geopend in 1977, toen Pompidou al overleden was.
Zijn opvolger Valérie Giscard-d’Estaing (1974-1981) liet het oude gare d’Orléans ombouwen tot een museum voor de meesterwerken uit de kunstperiode 1848-1914. Het is nu het Musée d’Orsay, geopend in 1986.
François Mitterrand (1981-1995) spande de kroon met acht Projets. In 1986 openden de Cité des Sciences et de l’Industrie en het Parc de la Villette op het terrein van de voormalige slachthuizen. Het Institut du Monde Arabe werd in 1987 ingewijd. Het Louvre werd vergroot en gerenoveerd en er verscheen een glazen piramide in de binnenplaats (1988). Het ministerie van Financiën, dat uit het Louvre was gezet, kreeg een enorm gebouw aan de Seine in Bercy (1989). De Opéra-Bastille werd geopend in juli 1989, bij de 200e verjaardag van de Franse Revolutie. Ook in 1989 opende de president de Grande Arche de la Défense. In 1995 kwam de Cité de la Musique in La Villette klaar. Mitterrands laatste Grand Projet, de Bibliothèque nationale de France, heeft hij niet voltooid gezien. Het werd na zijn dood in 1996 geopend als Bibliothèque nationale François Mitterrand.
Jacques Chirac (1995-2007) stimuleerde de plannen voor een museum voor oude beschavingen en primitieve kunst, dat als musée du Quai Branly in 2006 in gebruik genomen werd.
Van president Nicolas Sarkozy (2007- ) wordt beweerd dat hij naam wil maken met het ontwikkelen van een beeldentuin van 13 hectare op het Ile Seguin, een eiland in de Seine ten zuidwesten van Parijs in de voorstad Boulogne-Billancourt. Op het eiland stonden ooit de Renaultfabrieken.
De werken van Hausmann
Hausmann was prefect van het département Seine (waaronder Parijs hoorde) van 1853 tot 1870. Hij heeft het hart van Parijs omgebouwd van een doolhof van steegjes en straatjes tot een centrum met brede boulevards met bomen en voorname appartementengebouwen. Hij moest daarvoor hele straten en huizen afbreken en een heel nieuwe infrastructuur bouwen.
De bedoeling van die gigantische operatie was om de vijf stations van Parijs beter bereikbaar te maken, het leger goede verbindingswegen te bieden bij ongeregeldheden en het verkeer beter te regelen. Bijkomend voordeel was dat een gedeelte van de stad waar slechte hygiëne heerste weggevaagd en vervangen werd door ruimere wijken met huizen met meer comfort en betere sanitaire voorzieningen. Keizer Napoleon III was een groot voorstander van de plannen.
Ook heeft Hausmann gezorgd voor veel nieuwe parken: in die tijd zijn bijvoorbeeld het Bois de Boulogne, het Bois de Vincennes, het parc Montsouris, het parc des Buttes-Chaumont en het parc Monceau aangelegd of gerenoveerd. Verder is de opéra Garnier gebouwd, inclusief een nieuwe, imposante avenue die ernaartoe leidt. Ook het Ile de la Cité moest eraan geloven: veel straatjes moesten weg en een deel van het karakter van het eiland ging verloren. Maar wel is er dank zij Hausmann een prachtig plein gekomen voor de Notre Dame.
Hausmann stelde regels op waaraan gevels van huizen moesten voldoen. Vandaar dat bijvoorbeeld de grands boulevards er qua gevels nogal eenvormig uitzien. Hij liet ook allerlei straatmeubilair ontwerpen, bijvoorbeeld bankjes en aanplakzuilen (colonnes Morris) die nu nog in Parijs te zien zijn. De watervoorziening werd eveneens aangepakt, net als het rioleringssysteem.
Door de vele bouwwerkzaamheden moest veel geld geleend worden. Tegen de jaren 70 kon de stad Parijs die leningen haast niet meer afbetalen en verloor Hausmann zijn goodwill. Er waren toen 117.000 huizen afgebroken en 215.000 nieuw gebouwd.
Honden mee naar Parijs
Het wordt hondenbezitters niet gemakkelijk gemaakt om hun hond mee te nemen. Hier wat informatie over wat niet en wel mag.
Op straat
Honden moeten aangelijnd zijn en hun uitwerpselen moeten worden opgeraapt en weggegooid. Boete: tot 450 euro.
Vervoer
Kleine honden (tot 6 kg) mag je in de metro gratis meenemen als je ze in een tas of mand vervoert. In RER-treinen mogen grotere honden ook mee, mits aangelijnd en gemuilkorfd.
Musea en monumenten
Alleen blindegeleidehonden mogen naar binnen.
Parken en tuinen
De meeste parken zijn verboden voor honden. Op een bord bij de ingang is dat vermeld. In deze lijst kun je zien welke regels er gelden per park.
Winkels en markten
In levensmiddelenwinkels en op markten zijn honden verboden, ook aangelijnd.
Journées européennes du Patrimoine
In het 3e weekend van september is het in heel Europa Monumentendag. Ook in Parijs kun je tijdens de Journées du Patrimoine gratis heel veel monumenten, hôtels, regeringsgebouwen, ateliers, theaters, industriële gebouwen en nog veel meer bezoeken. Gebouwen die anders voor het publiek gesloten zijn openen dan hun deuren. Denk bijvoorbeeld aan het Elysée, de Assemblée nationale, het Palais Royal, de Nederlandse Ambassade en verschillende hôtels particuliers. Data in 2010: 18 en 19 september.
Kiosken
Je ziet de Parijse kiosken overal op de trottoirs staan. Er zijn er bijna 300, verspreid over de stad. In zo’n kiosk kun je alle Franse en heel veel buitenlandse kranten en tijdschriften kopen. Maar ook voor ansichtkaarten, snoep, water, een plattegrond van Parijs of een envelop kun je er terecht. Ook de uitgidsen Pariscope en L'Officiel des Spectacles zijn hier te koop.
Koffie
Wil je een kop koffie bestellen, vraag dan om un express, un petit café of un café serré. Met een wolkje melk erin wordt het un café crème of eenvoudig un crème. Espresso met een beetje gestoomde hete melk erin is een café noisette. Gewone koffie (geen kleintje) is un café. Vraag je om café au lait, dan krijg je koffie verkeerd (veel melk, weinig koffie). Bestel je een cappuccino, dan krijg je (meestal) hetzelfde als in Nederland.
Moderne kunst op straat
Sinds 1960 geeft de stad Parijs steeds meer kunstenaars een opdracht om een openbaar kunstwerk te maken.
Sommige van deze kunstwerken op straat zijn onderdeel van een kunstroute, bijvoorbeeld het traject van tram T3 aan de zuidrand van Parijs. Andere vind je bij elkaar in de buurt, zoals in La Défense. Je kunt daar een brochure met alle kunstwerken afhalen bij de Espace Information (15 place de la Défense) of
hier downloaden (pdf).
Deze lijst is een selectie van kunstwerken.
Jean-Michel Othoniel, Le Kiosque des noctambules (2000)
place Colette, 1e arrondissement
Ludieke ingang van metrostation Palais-Royal, gemaakt bij het 100-jarig bestaan van de metro en geïnspireerd op de metro-ingangen van Guimard aan het begin van de 20e eeuw.
Daniel Buren, Les deux plateaux (ook genoemd ‘Colonnes de Buren’)
place du Palais-Royal, 1e arrondissement
260 gestreepte kolommen en een lichtinstallatie. Gemaakt van wit marmer uit Carrera en zwart marmer uit de Pyreneeën. Gerestaureerd in 2009.
Henry de Miller, L’écoute (1986) place René Cassin, voor de Saint-Eustache, 1e arrondissement
Het beeld van een enorm hoofd is 70 ton zwaar en is gemaakt van zandsteen. Het vormt een mooi contrast met de Saint-Eustache-kerk uit de 16e eeuw.
Jean Tinguely en Niki de Saint-Phalle, fontaine Stravinsky
place Igor-Stravinsky, 3e arrondissement
Fontein naast het Centre Pompidou in 16 delen, geïnspireerd op het muziekstuk Le Sacre du Printemps van Stravinsky. De kleurige structuren zijn van Niki de Saint-Phalle, de metalen structuren van Jean Tinguely. Krijgt een opknapbeurt in 2010.
Arman, L’Heure de tous (1985)
Op het plein voor het Gare Saint-Lazare,
13 rue d’Amsterdam, 8e arrondissement
Opeenstapeling van aan elkaar gelaste bronzen klokken.
Oscar Niemeyer, La main ouverte parc de Bercy, 12e arrondissement
IJzeren figuur van een open hand met een bloem, gemaakt als blijk van vriendschap tussen Brazilië en Frankrijk.
Rachid Kimoune, Les enfants du monde
parc de Bercy, 12e arrondissement
21 bronzen beelden van kinderen uit de hele wereld.
Bertrand Lavier, Mirage rue des Peupliers, pont Petite-Couronne, 13earrondissement
Palmen die zo nu en dan verdwijnen en weer tevoorschijn komen. Onderdeel van een kunstroute langs het traject van tram T3.
Chen Zhen, Danse de la fontaine emergente place Augusta Holmes, 13e arrondissement
Fontein van roestvrij staal en glas in de vorm van een draak, kronkelend boven en onder de grond op de plaats van het ondergrondse Parijse waternetwerk. ‘s Avonds mooi verlicht.
Christian Boltanski, Les Murmures Parc Monceau, 14e arrondissement
Het geluid van liefdesverklaringen van buitenlandse studenten in hun eigen taal, onder een bank in het parc Montsouris. Onderdeel van een kunstroute langs het traject van tram T3.
Sophie Calle en Frank O. Gehry, Le téléphone pont du Garigliano, 15e arrondissement
Telefoon van Gehry midden op de Pont du Garigliano in de vorm van een bloem. Als de telefoon rinkelt kun je hem opnemen en een verhaal van Sophie Calle beluisteren.
Wang Du Tour d’Exercice (2008) place Jules Renard, 17e arrondissement
Hommage aan Parijse brandweermannen, gemaakt van roestvrijstaal en gebaseerd op de oefentoren van de brandweerkazerne, 11 m hoog.
Yona Friedman Le musée des graffitis Jardin Lilolila, 295 rue de Belleville, 19e arrondissement
Graffiti tussen plastic gordijnen en een pergola. Anderen kunnen (op afspraak) meewerken aan dit kunstwerk.
Joan Miró, Deux personnages fantastiques (1976) Esplanade de la Défense
twee kleurige reuzenfiguren van 11 en 12 m hoog.
Alexander Calder, Araignée rouge (1976) Esplanade de la Défense
Spin van roodgelakt staal, 15 m hoog.
Yakov Agam, fontein (1975) Esplanade de la Défense
Kleuren, water en fonteinen. Er zijn regelmatig licht- en klankspelen.
Mur pour la Paix
De Mur pour la Paix is een monument voor de vrede. Het staat sinds 2000 op het Champ de Mars aan de voet van de Eiffeltoren, tegenover de Ecole Militaire (7e arrondissement, metro Ecole Militaire). Op de muur staat het woord ‘vrede’ in 32 talen. De muur is geïnspireerd op de Klaagmuur in Jeruzalem. Bezoekers kunnen een vredesboodschap achterlaten in een brievenbus of via internet. Die boodschap verschijnt dan op de schermen van het monument.
De Mur pour la Paix is ontworpen door Clara Halter en gebouwd door de architect Jean-Michel Wilmotte. Hij bestaat uit een staalconstructie bekleed met hout, roestvrij staal en glas.
Mur des je t’Aime
De Mur des je t’Aime (de muur van ik hou van jou) is een ontmoetingsplaats voor geliefden en staat op square Jehan Rictus in Montmartre (18e arrondissement, metro Abbesses). Het is een muur van 10 x 4 meter vol liefdesverklaringen in meer dan 300 talen op blauwe tegels geschreven. De schrijver en componist Frédéric Baron verzamelde de teksten en muurkunstenaar Daniel Boulogne en kalligrafe Claire Kito maakten de muur.
Je kunt alvast een virtueel kijkje nemen.
Office du Tourisme
De VVV van Parijs heet Office du Tourisme. Je kunt er plattegronden en wat gidsjes krijgen en eventueel een hotel boeken, een rondrit of een rondvaart. Ook is er informatie over evenementen, musea en transportmogelijkheden. Hier kun je een Museum Pass kopen, tickets voor het Louvre en voor Disneyland Resort. De website is parisinfo.com, maar die blinkt niet uit van duidelijkheid en veel informatie is niet bijgewerkt.
Er zijn zes vestigingen van het Office du Tourisme:
Hoofdvestiging 25 rue des Pyramides
1e arrondissement
metro Pyramides, Tuileries of Opéra
openingstijden: 1 juni - 31 oktober elke dag 9-19 uur; 1 november - 31 mei maandag t/m zaterdag 10-19 uur, zon- en feestdagen 11-19 uur
Anvers
72 boulevard de Rochechouart
9e arrondissement
metro Anvers
openingstijden: maandag t/m zondag 10-18 uur, behalve 1 januari, 1 mei en 25 december
Gare de l'Est place du 11-Novembre
10e arrondissement
metro Gare de l'Est
openingstijden: maandag t/m zaterdag 7-20 uur
Gare du Nord
18 rue de Dunkerque
10e arrondissement
metro Gare du Nord
openingstijden: elke dag 8-18 uur, behalve 1 mei en 25 december
Gare de Lyon
20 boulevard Diderot
12e arrondissement
metro Gare de Lyon
openingstijden: maandag t/m zaterdag 8-18 uur
Paris-Expo
1 place de la Porte-de-Versailles
15e arrondissement
metro of tramway Porte de Versailles
openingstijden: 11-19 uur tijdens beurzen en exposities
Parijse maten
Hoe breed en hoe lang is Parijs? Welke straat is het kortst? Hoeveel inwoners zijn er? Cijfers en maten uit het paspoort van Parijs.
breedte (oost-west)
18 km
lengte (noord-zuid)
9,5 km
oppervlakte
10.539,7 hectare (incl. Seine en de bossen)
aantal inwoners
2.152.200
laagste punt
30,5 m, op de hoek van de rue Leblanc en rue Saint-Charles, 15e arrondissement
hoogste punt
128,4 m, 40 rue du Télégraphe, 20e arrondissement
langste straat
4,3 km, rue de Vaugirard, 6e en 15e arrondissement
kortste straat
5,7 m, rue des Degrés (2e arrondissement)
smalste straat
1,8 m, rue du Chat-qui-Pêche (5e arrondissement)
wijdste straat
120 m, avenue Foch (16e arrondissement)
steilste straat
17,4%, rue Gasnier-Guy (20e arrondissement)
Périphérique
De boulevard Périphérique is een ringweg rond de gemeente Parijs. Hij werd aangelegd tussen 1957 en 1973 op de plaats van de voormalige Enceinte de Thiers, een verdedigingswal rond de stad uit de 19e eeuw. Op de plaats waar nu de périphérique loopt, was een groenstrook gepland, maar die werd afgeblazen omdat de auto voorrang kreeg.
De ringweg is 35 km lang, heeft gemiddeld vier rijstroken in elke richting en is op een aantal plaatsen overkapt, onder meer vanwege milieuoverlast in de stad. Door middel van 34 genummerde op- en afritten (portes) komt het verkeer de Periphérique op en af. Er zijn geen vluchtstroken en de maximumsnelheid is 80 km, maar dat haal je maar zelden. Er zijn dan ook regelmatig opstoppingen.
Neem een goede kaart van Parijs en omgeving mee waar alle Portes op staan. Je rijdt de Périphérique op vanaf de snelweg (vanaf België en Nederland is het makkelijkst A1 - A3). Je gaat dan de Périphérique op bij Porte de Bagnolet. Als je invoegt, hebt je voorrang op de auto's die op de rechter rijstrook rijden. Die strook is bestemd voor auto's die de Périphérique op of af rijden (ritsen). Ben je er eenmaal op, ga dan van de rechter rijstrook naar een baan meer naar links. Ben je aangekomen bij de Porte waar je eraf wilt, ga dan weer op de rechter rijstrook rijden en rij vervolgens de afrit op. Heb je je afslag gemist, rij dan gewoon door. Het duurt even, maar je komt weer bij de juiste afslag, want de Périphérique is een rondweg.
Picknicken
In een park, op de Seinekaden, onder een boom op een plein, op een brug over de Seine, er zijn genoeg plaatsen in Parijs waar je prima kunt picknicken op een mooie dag in voorjaar, zomer en herfst. Met uitzicht op de Seine of de Eiffeltoren, op beelden, bloemen of vijvers. In sommige parken mag je niet op het gras zitten. Vaak staat er dan een bordje 'Pelouse au repos' (grasveld in rust) of juist een bordje dat je wél op het gras mag zitten. Maar er zijn ook altijd bankjes of stoelen.
En Parijzenaars nemen zelfs stoeltjes en tafeltjes mee.
Koop etenswaren bij een supermarkt (Monoprix, bijvoorbeeld) of haal (belegde) broodjes bij een bakker. Water, sap of wijn erbij en een paar plastic bekertjes. Of doe je inkopen op een van de Parijse markten met Franse kaas, charcuterie, paté en brood. Als toetje haal je een taartje bij een van de patisseries. Vergeet geen kurketrekker en iets om op te zitten.
Een paar suggesties voor een mooie picknickplek:
Parken en tuinen
Parc des Buttes-Chaimont
Parc Georges-Brassens
Parc de la Villette
Champ de Mars
Promenade Plantée
Parc Montsouris
Jardin Atlantique
Jardin du Luxembourg
Place des Vosges
Jardin Villemin bij het Canal Saint-Martin
Aan het water
Pont des Arts
Jardin Tino Rossi
Seinekade tegenover het Louvre
Square du Vert Galant
Seinekade van het Ile Saint-Louis
Bassin de la Villette (quai de la Loire)
Reisgidsen
Behalve een goede stratengids is ook een reisgids handig als je Parijs gaat doorkruisen. Belangrijk is of de informatie bijgewerkt is, wat vooral telt bij openingstijden van musea en monumenten. Elke reisgids legt het accent op iets anders.
Een van de weinige gidsen die kritisch is, is de Trotter Parijs, ingedeeld op arrondissement. Ook heel geschikt voor wie al meer naar Parijs is geweest. Hier geen illustraties, wel goede uitgebreide informatie en kaartjes, hotels en restaurants in alle prijsklassen, maar een summiere index. Per arrondissement worden hotels, restaurants, cafés, muziek en dans vermeld en natuurlijk de bezienswaardigheden met goede achtergrondinformatie. De editie van 2008 heeft een vernieuwde layout en de informatie is up-to-date.
De Capitoolgids Parijs heeft als voordeel dat er goede plaatjes en foto’s in staan met compacte informatie. Wel richt de gids zich alleen op de meest bekende wijken. Ook voordat de reis begint is dit een goed inlees- en kijkboek.
De groene Michelingids Parijs is gedegen en heeft uitstekende informatie, maar is ingedeeld op wijken en monumenten. Met hulp van de goede index kun je toch vinden wat je zoekt.
De kleine reisgids van Marco Polo is beknopt, maar handig als je voor de eerste keer 1 tot 3 dagen naar Parijs gaat.
Alle gidsen zijn verkrijgbaar in de boekhandel en op internet. Maar de meest up-to-date informatie vind je natuurlijk op Parijs à la carte.
Samaritaine
La Samaritaine is het oudste warenhuis van Parijs, gelegen op de rechteroever aan de kop van de Pont Neuf. Het beroemde warenhuis met het weergaloze uitzicht op de bovenste etage is echter gesloten. Het ging plotseling dicht in juni 2005 op last van de brandweer, omdat het niet meer voldeed aan de veiligheidsnormen. Na een grondige verbouwing gaat La Samaritaine pas weer in de herfst van 2013 open.
De nieuwe Samaritaine wordt niet meer een warenhuis. Er komen restaurants, kantoren, een conferentiecentrum, een voedselmarkt, wat boetieks en sociale woningbouw. Hopelijk gaat het terras weer open.
Stad Parijs
De stad Parijs is zowel een gemeente als een département (75), een erfenis uit het verleden. De gemeente wordt begrensd door de boulevard Périphérique. Daarbuiten ligt de banlieue, ofwel de ‘petite couronne’ (kleine ring) van drie departementen: Hauts-de-Seine (92), Seine-Saint-Denis (93) en Val-de-Marne (94). Daaromheen liggen weer de departementen van de ‘grande couronne’ (grote ring), Seine-et-Marne (77), Yvelines (78), Essonne (91) en Val-d’Oise (95). Al deze departementen samen (inclusief Parijs) vormen de regio Ile de France. De stad Parijs had in 2006 ruim 2 miljoen inwoners. In de hele regio Ile de France wonen ruim 12 miljoen mensen.
De stad bestaat uit 20 arrondissementen met elk een conseil d’arrondissement en een maire. Een selectie uit de raadsleden van de arrondissementen vormt de Conseil de Paris, die uit 163 leden bestaat. Voorzitter van de Conseil de Paris is de burgemeester van Parijs. Op dit moment is dat Bertrand Delanoë, die in 2008 voor zes jaar herkozen is. Omdat Parijs zowel een gemeente is als een departement, vergadert de Conseil de Paris soms als stedelijke raad, soms als departementale raad, afhankelijk van het onderwerp dat op de agenda staat. Het hoofd van het departement van Parijs is de prefect, die benoemd wordt door de Staat. Hij is tevens prefect van de regio Ile de France, en is verantwoordelijk voor infrastructuur en logistiek.
Stokbrood
Picknicken in een park of langs de Seine? Koop stokbrood, beleg en iets te drinken en je hebt een prima maaltijd. Stokbrood vind je overal. Maar hoe heten de verschillende soorten die bij de bakker liggen?
Het Franse stokbrood smaakt anders dan in Nederland. De korst is harder en knappender en binnenin is het brood grover en luchtiger. Het wordt gemaakt van bloem, water, zout en gist, meer niet.
Bij de bakker koop je een baguette (het meest gegeten stokbrood) van ongeveer 65 cm lang en 5 cm breed. Een flute is dikker en groter dan een baguette, een ficelle is dunner. Verder is een aanrader de baguette ‘tradition’, gemaakt van hoge kwaliteit meel en langer gekneed.
Bij veel bakkers liggen ook andere soorten brood, rond campagnebrood, brioches (zoet brood), krenten- en notenbrood, olijvenbrood en petits pains (broodjes). Bekende bakkers zijn Kayser en Poîlane, die beide verschillende vestigingen in Parijs hebben. Maar goed stokbrood vind je eigenlijk bij elke bakker.
Stratengids
Wil je zonder ergernis je weg vinden in Parijs? Koop dan al in Nederland via intenet of op het Gare du Nord, het vliegveld of bij de kiosk een goede kaart of stratengids, inclusief een duidelijke kaart van de metrolijnen.
Grote kaarten die je moet uitvouwen zijn niet altijd handig midden op straat. Wel handig zijn de kleine stratengidsjes van ongeveer 12 x 18 cm. Hierin vind je alle straten per arrondissement, plus een plattegrond van La Défense, het Bois de Boulogne, het Bois de Vincennes en kaarten van metro en RER. Je stopt het boekje makkelijk in je tas of jaszak. Zoek je een bepaalde straat, dan kijk je voorin bij de index (zoek op achternaam). Voor de straatnaam staat het nummer van het arrondissement, erachter een code, bijvoorbeeld H12. Je kijkt dan op de pagina van het arrondissement en zoekt het snijpunt van H en 12.
De gidsjes zijn er in een paar uitvoeringen. De gids van l’Indispensable is het handigst. De gids van Michelin is ook goed, maar die heeft een spiraalband, waardoor de straten niet in elkaar overlopen. De wat grotere Petit Parisien heeft per arrondissement 3 pagina's: een gewone plattegrond, de buslijnen met bushaltes en de metrostations, inclusief lijnnummers.
Wil je helemaal beslagen ten ijs komen, schaf dan ook het busboekje van l’Indispensable aan. In de stratengidsen staan de buslijnen namelijk vaak summier aangegeven. In het busboekje staat elke buslijn apart getekend, inclusief alle haltes en aansluitingen op metro of andere bussen. Er komen regelmatig nieuwe versies uit, die soms net een iets andere titel hebben.
l’Indispensable: Paris pratique par arrondissement
Michelin: Paris par arrondissements
l'Indispensable: Le Petit Parisien
l’Indispensable: Le Bus, Répertoire des 99 lignes
Terrassen
In Parijse cafés kun je vaak al vroeg buiten op het terras zitten, want er wordt veel gebruik gemaakt van verwarmingslampen. Denk er wel even aan dat een drankje drinken op het terras veel meer kost dan binnen. Je bent het goedkoopst uit als je je koffie of glas wijn staande aan de bar drinkt ('au comptoir'). Binnen aan een tafeltje zitten ('en salle') is iets duurder, maar altijd nog voordeliger dan buiten.
Uitgids
Films, tentoonstellingen, concerten, restaurants, markten, opera, popconcerten, jazz, musea, monumenten, kinderactiviteiten, beurzen, en nog veel meer staan in de wekelijkse gidsen Pariscope of l’Officiel des Spectacles. Ze verschijnen op woensdag, kosten ongeveer 40 cent en je kunt ze kopen bij elke kiosk of Tabac/krantenzaak.
Uitkijkpunten
Hoe mooi Parijs is kun je ook beleven vanaf verschillende uitkijkpunten. De Eiffeltoren natuurlijk, maar er zijn er meer. Voor de meeste moet je betalen, andere zijn gratis. Trek een jas aan bij harde wind, en bedenk dat er weinig uitzicht is bij mistig of regenachtig weer.
Grande Arche de la Défense (110 m, betaald). Goed zicht op de Eiffeltoren, de Tour Montparnasse, de historische as van de Arc de Triomphe via de Champs-Elysées naar de Tuilerieën en het Louvre.
Arc de Triomphe (50 m, betaald). Uitzicht op de 12 avenues die vanuit de place de l’Etoile uitwaaieren.
Eiffeltoren (57 m (1e etage), 116 m (2e etage), ruim 300 m (3e etage), betaald). Uniek uitzicht rondom op de hele stad. Bij mooi weer kijk je 50 km ver. Betaald.
Notre Dame (69 m, betaald). Je moet er even de 387 treden van de zuidtoren voor beklimmen, maar dan heb je prachtig zicht op de details van het bovenste deel van de kerk en op het Ile de la Cité en de Seine.
Tour Montparnasse (200 m, betaald). Panoramisch terras op de 59e etage vanwaar je bij helder weer alle grote monumenten en gebouwen van Parijs kunt zien. Bij goed weer kun je 40 km ver kijken. Op de 56e etage kun je kijken achter glas.
Sacré-Coeur (gratis). Bovenaan de trap, voor de Sacré-Coeur, uitzicht op een gedeelte van de rechteroever. Via een trap met 300 treden kom je bij de koepel van de kerk (271 m, betaald).
Parc de Belleville (108 m, gratis). Op de kruising van de rue Piat en de rue Envierges, bovenaan de trap.
Printemps (gratis). Op de 9e etage van de vestiging Maison-Beauté bij het self-service restaurant. Panoramisch uitzicht.
Lafayette (gratis). Op de 7e etage bij de koepel. Groot terras met café.
Centre Pompidou (40 m, betaald). Met de lift naar boven tot het 6e niveau.
Institut du Monde Arabe (gratis). Op de 9e etage, uitzicht op de Seine, het Ile Saint-Louis en de Bastille.
Vélib'
Een Vélib is een fiets die je overal in Parijs kunt gebruiken. De stad Parijs is bezig aan een project om het fietsen te bevorderen en daarmee de luchtvervuiling in de stad te beteugelen. Sinds juli 2007 staan daarom overal zogenaamde Vélib's (Vélos Libres, 'vrije fietsen') ter beschikking van iedereen die zich per fiets wil verplaatsen. De fiets is een degelijk, stabiel model voor zowel mannen als vrouwen. Hij heeft een mandje voorop, een verstelbaar zadel, een versnelling en halogeenverlichting.
Er zijn duizenden fietsen en elke 300 meter vind je stations waar je een Vélib' kunt huren. En het is relatief goedkoop. Een dagabonnement kost een euro, een weekabonnement 5 euro en voor een heel jaar ben je 29 euro kwijt. Het eerste halfuur is gratis, daarna betaal je per halfuur. Het tweede halfuur kost 2 euro, het 3e en volgende halfuur 4 euro. Je kunt met een creditcard betalen, tenminste als je er een met een chip en een pincode hebt.
Hoe ga je te werk?
• Ga naar een Vélib-station (
kijk op deze lijst) of koop een Velib-kaart bij een kiosk waar alle stations op staan.
• Geef bij de zuil ('borne') bij de stalling op welk abonnement je wilt.
• Voer je creditcard in en tik de bijbehorende pincode. Daarmee wordt 150 euro borg gereserveerd voor het geval je de fiets niet terugbrengt.
• Je krijgt een geprint kaartje waar je klantnummer op staat. Je voert een pincode in, die bij het nummer van het kaartje hoort.
• Tik dat nummer en de pincode in, en kies via het scherm het nummer van een beschikbare fiets.
• Met het kaartje en de pincode kun je nu voor de duur van je abonnement op elk station een fiets halen.
• Is erg geen fiets bij dat station, kijk dan op de zuil, daar staat de dichtstbijzijnde stalling aangegeven.
• Als je je fiets terugbrengt zet je hem in de houder. Is het lichtje groen, dan is alles in orde.
• Zijn alle fietsenrekken vol, dan vermeldt de zuil waar een station is met nog lege fietsenrekken.
Kijk op www.fietsenparijs.nl (Fietsenplan Vélib') voor uitgebreide informatie in het Nederlands.
Meer informatie in het Frans vind je op www.velib.paris.fr.
Vrijheidsbeelden
Iedereen kent the Statue of Liberty in New York. Maar ook in Parijs kun je het vrijheidsbeeld bewonderen, zelfs drie! De grootste staat op de Allée des Cygnes, de iets minder grote in het Musée des Arts et Métiers, en de kleinste in de Jardin du Luxembourg. Officieel heet het beeld La Liberté Eclairant le Monde.
De Allée des Cygnes is een pad op een soort pier in de Seine tussen de Pont de Bir-Hakeim en de Pont de Grenelle. Je kunt er komen met een trap vanaf de Pont de Bir-Hakeim. Aan het eind van de Allée des Cygnes staat la Statue de la Liberté van beeldhouwer FrédéricAuguste Bartholdi. Het is een kopie van het beeld in New York en is ongeveer 11,5 meter hoog. Amerika schonk het aan Frankrijk in 1889, 100 jaar na de Franse Revolutie. Het beeld was oorspronkelijk bedoeld voor plaatsing op de place des Etats-Unis (16e arr.), maar daar staat nu een beeldengroep (ook van Bartholdi) dat twee helden van de Amerikaanse onafhankelijkheid verbeeldt, nl. Washington en Lafayette. Het beeld op de Allée des Cygnes stond eerst gericht naar het centrum van Parijs, maar later werd het gedraaid met het gezicht naar het westen (de Amerika-kant).
Onderdeel van het Musée des Arts et Métiers is de abdijkerk Saint-Martin-des-Champs. Daar staat het iets minder grote vrijheidsbeeld van 11,2 meter. In het museum wordt uitgelegd hoe Bartholdi het beeld in New York maakte aan de hand van dit schaalmodel op 1/16 van de grootte.
Het kleinste vrijheidsbeeld staat in de Jardin du Luxembourg en is ongeveer 4,5 meter hoog. Je vindt het aan de kant van de Rue de Guynemer. Deze kopie werd door Bartholdi geschonken aan de stad Parijs ter gelegenheid van de wereldtentoonstelling van 1900.
Weer in Parijs
Kijk welk weer het is in Parijs en de verwachtingen voor de eerstvolgende 6 dagen.
Wereldtentoonstellingen
Veel gebouwen die je nu in Parijs kunt bekijken zijn gebouwd voor een van de wereldtentoonstellingen. Het beroemdste bouwwerk is de Eiffeltoren, gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889. Maar ook het Grand Palais, het Petit Palais, de pont Alexandre III, de Notre-Dame du Travail, het Palais de Chaillot en het Palais de Tokyo zijn overblijfselen van wereldtentoonstellingen. In de jaren tussen 1855 en 1937 zijn er zes grote tentoonstellingen geweest. Ze waren heel populair. Met het opkomen van de Industriële Revolutie in de 19e eeuw konden landen in een Wereldtentoonstelling laten zien wat er allemaal mogelijk was op het gebied van techniek, landbouw, kunst, industrie en wetenschap.
1855
In 1851 was de eerste Wereldtentoonstelling in Crystal Palace in Londen. Louis-Napoléon, destijds president van Frankrijk en een jaar later keizer Napoleon III, was in Londen enthousiast geraakt voor het idee. Hij organiseerde daarom in Parijs in 1855 ook een wereldtentoonstelling. Op de plaats waar nu het Grand en het Petit Palais staan verrees een ‘Palais de l’Industrie’ als tegenhanger van Crystal Palace. Nieuwe producten waren onder meer de grasmaaimachine, de saxofoon en de revolver. Voor het eerst werd de Slinger van Foucault gepresenteerd en ook werd de classificatie van bordeauxwijnen tijdens de tentoonstelling vastgesteld. Nog bestaande overblijfsels van deze Wereldtentoonstelling zijn het Théatre du Rond Point des Champs-Elysées (8e arrondissement), de Notre Dame du Travail (15e arrondissement) en de Zouave van de Pont de l’Alma (7e arrondissement). De tentoonstelling duurde van mei tot oktober en trok vijf miljoen bezoekers.
1867
De tweede Wereldtentoonstelling in Parijs werd gehouden in 1867 op het Champ de Mars. Een nevententoonstelling van landbouwontwikkelingen stond in Boulogne. Bezoekers konden met stoomboten tussen beide tentoonstellingen heen en weer varen. Rond het Palais de l’Industrie verscheen een groot aantal buitenlandse restaurants. Nieuwe producten waren de locomotief en de hijskraan. Nu zijn de Villa Beauséjour (16e arrondissement) en de Annexe Agricole op het Ile Saint-Germain nog overblijfsels van deze tentoonstelling.
1878 In 1878 vond de derde Wereltentoonstelling in Parijs plaats aan beide kanten van de Seine en op het Champ de Mars. Voor deze gelegenheid werden twee gebouwen neergezet die nu niet meer bestaan: het Palais du Trocadéro (afgebroken in 1937 voor de wereldtentoontelling in dat jaar) en het Palais du Champ de Mars. Noviteiten waren aluminium, een lift met veiligheidsrem, elektriciteit, de schrijfmachine en de fonteinen van Wallace, de eerste openbare fonteinen in de stad. Op de Seine voeren de eerste bateaux-mouches. Overblijfselen van deze tentoonstelling zijn de Cité Fleurie (13e arrondissement), de beelden van ossen bij het Palais du Trocadéro, nu te zien in het Parc Georges Brassens, en nog een aantal Wallace-fonteinen. De tentoonstelling trok meer dan 10 miljoen bezoekers.
1889
De Eiffeltoren werd gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1889, 100 jaar na het begin van de Franse Revolutie (reden voor een aantal koningshuizen om weg te blijven). Van mei tot november trokken 28 miljoen bezoekers over de tentoonstellingsterreinen op de Invalides, het Palais du Trocadéro en de Champ de Mars. De ‘Galerie des Machines’ was een ijzeren gebouw van 110 m hoog en 450 m lang, waarin alle technische snufjes te zien waren, waaronder een telefoon en een grammofoon. Ook was er op de tentoonstelling een dorp met 400 inheemse negers uit een van de Franse kolonieën te bekijken. Heineken kreeg voor zijn bier de Grand Prix. Nu is nog de Eiffeltoren over, die men eigenlijk na een paar jaar had willen afbreken, de Cité des Fusains onderaan Montmartre en de Villa des Arts (18e arrondissement).
1900
Tijdens de tentoonstelling van 1900 werd de metro in gebruik genomen. Er kwamen 50 miljoen bezoekers naar de Champs-Elysées, het Palais du Trocadéro, het Champ de Mars en de Invalides. Nieuwe ontdekkingen waren de sprekende film, de dieselmotor, de grootste telescoop van 60 m lang en 1,5 m diameter en röntgenfoto’s. Er werd een groot aantal gebouwen in art-nouveau-stijl speciaal voor de tentoonstelling gebouwd die ook nu nog te zien zijn: het Gare de Lyon, het Gare d'Orsay (nu het Musée d'Orsay), de Pont Alexandre III, het Grand Palais en het Petit Palais. Ook staan in Parijs nog het kunstenaarsatelier La Ruche (15e arrondissement) en de passerelle Debilly.
1937
De laatste wereldtentoonstelling in Parijs was in 1937 en had als thema kunst en techniek. Hij werd gehouden op een kleiner terrein dan de vorige: alleen het Champ de Mars en de tuinen van Trocadéro. Er kwamen ook minder bezoekers: 31 miljoen. Nieuw was het Palais de Chaillot, gebouwd op de plek van het Palais du Trocadéro, dat werd afgebroken. Ook verrees op voormalig militair terrein het nieuwe Palais de Tokyo, waarin het Musée d’Art moderne de la ville de Paris werd gevestigd. Deze twee gebouwen staan er nog steeds. Nieuwtjes op de tentoonstelling waren de televisie en de hovercraft. De politieke, economische en sociale ontwikkelingen in die tijd hadden hun weerslag op de tentoonstelling. Er werd verschillende keren gestaakt en de overheid moest overwerk gaan uitbetalen. Het Russische paviljoen stond tegenover dat van nazi-Duitsland. Schilder Raoul Dufy maakte in het Palais de Tokyo een enorme muurschildering, la Fée Electricité, die ook nu nog in het musée d’Art moderne de la ville de Paris te zien is. Hij maakte het in opdracht van de toenmalige Parijse elektriciteitsmaatschappij.
Wifi In Parijs kun je tegenwoordig op 260 plaatsen gratis draadloos internetten met Paris Wi-Fi. In parken, bibliotheken, gemeentehuizen en musea kun je onbeperkt inpluggen. In parken tussen 7 en 23 uur, in gebouwen tijdens openingstijden.
Parken en tuinen met Wi-Fi zijn herkenbaar aan een bord bij de ingang. Om verbinding te maken ga je naar een zone die het Wi-Fi-teken heeft, meestal vind je die op een bankje. Je kunt deze aansluitingspunten ook vinden op de lijst met WiFi-punten. Overigens vind je ook hotspots in veel cafés.
Woordenlijst Frans
ja
oui
nee
non
goedemorgen, goedemiddag, dag of hallo (bij komen)
bonjour
goedenavond
bonsoir
tot ziens, dag (bij gaan)
au revoir/bonne journée
tot straks
à bientôt, à tout à l'heure
tot morgen
à demain
welterusten
bonne nuit
goede reis
bon voyage
mevrouw
madame
meneer
monsieur
sorry
pardon
neem me niet kwalijk
excusez-moi
alstublieft (bij vragen)
s’il vous plaît
alstublieft (bij geven)
voilà/voici
dank u wel
merci
afgesproken!
d'accord!
geen probleem
pas de problème
ik spreek geen Frans
je ne parle pas français
spreekt u Engels?
parlez-vous anglais?
wanneer?
quand?
hoeveel?
combien?
hoeveel kost dat?
combien coûte çela?
waarom?
pourquoi?
de rekening, alstublieft
l’addition, s’il vous plaît
waar is het toilet?
où sont les toilettes?
ik begrijp het / ik begrijp het niet
je comprends / je ne comprends pas
het is goed
c’est bien
het is lekker
c’est bon
ik wil graag twee tickets
je voudrais deux tickets
heeft u een tafeltje voor twee?
avez-vous une table pour deux?
gisteren
hier
vandaag
aujourd’hui
hier
ici
daar
là
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10
un, deux, trois, quatre, cinq, six, sept, huit, neuf, dix
Wijngaarden In Parijs zijn ongeveer 12 kleinere en grotere wijngaarden waar elk jaar druiven geoogst worden om er wijn van te maken. Dat heeft te maken met het feit dat er vroeger op die plekken al wijngaarden waren in de dorpen die nu tot Parijs behoren, zoals Belleville, Vaugirard en Montmartre. De vier grootste wijngaarden worden gerund door een vinoloog. Het is zijn taak een goed drinkbare wijn te maken.
Montmartre De oudste wijngaard is die van Montmartre. Daar staan 1762 wijnstokken uit 1932 van onder meer de druiven Gamay, Merlot, Sauvignon blanc en Gewürztraminer. Hier werd al wijn verbouwd in de tijd van de Romeinen en ook in de 16e eeuw was wijnbouwer een van de meest voorkomende beroepen. Nu wordt de wijn gemaakt in de kelder van het stadhuis van het 18e arrondissement. Elk jaar in oktober wordt de oogst gevierd met een Fête des Vendanges. Hoek rue Saint-Vincent en rue des Saules (18e arr.), metro Lamarck-Caulaincourt
Parc Georges-Brassens In het Parc Georges Brassens is sinds 1983 een wijngaard. Er staan 720 wijnstokken van de Pinot noir, de Perlette en de Pinot Meunier. Ook op deze plek was tot in de 18e eeuw een wijngaard. De rue des Périchaux en de rue des Morillons ten zuiden en ten noorden van het park getuigen nog van de druivensoorten die hier toen verbouwd werden. Daarna verdwenen de wijnstokken en kwam in 1894 op die plaats het abattoir van Vaugirard. In de kelder van het stadhuis van het 15e arrondissement staan de vaten waarin de wijn gemaakt wordt. Parc Georges-Brassens (15e arr.), 2 place Jacques Marette, metro Convention
Parc de Belleville
Al voor de middeleeuwen lag hier een wijngaard in het dorp Belleville op de plaats waar nu het park ligt. Monniken verbouwden hier wijn op een wijngaard van 15 hectare en dat ging door tot aan de Franse Revolutie. Vanaf het begin van de 19e eeuw veranderde de wijngaard in tuinbouwgrond en later werden er huizen neergezet. Nu staan er 140 wijnstokken van druiven als Pinot Meunier en Chardonnay. Parc de Belleville, 47 rue des Couronnes (20e arr.), metro Couronnes
Parc de Bercy Op deze plaats was vroeger geen wijngaard, maar wel een belangrijk wijndepot. Langs de kaden van Bercy stonden vanaf de 17e eeuw wijnopslagplaatsen en er werd volop handel gedreven in wijn en andere dranken. De wijn werd in vaten aangevoerd op een boot. Gedeelten van het wijndepot zijn in het park nog te zien. Vanwege het wijnverleden zijn in 1996 350 wijnstokken geplant van de Sauvignon- en de Chardonnaydruif. De geoogste druiven gaan naar een kelder aan het eind van het park om er wijn van te maken. Parc de Bercy (12e arr.), Jardin Yitzhak Rabin, metro Cour-Saint-Emilion