| Wandeling Saint-Germain-des-Prés
Start en einde: het standbeeld van Henri IV op de square du Vert Galant, halverwege de Pont Neuf, metro Pont-Neuf
Duur: ongeveer 2 uur
Loop van de square du Vert Galant de Pont Neuf af naar de linkeroever. Steek aan het eind van de brug de quai de Conti over, en ga schuin rechts onder een arcade door de rue de Nevers in.
Dit is een 13e-eeuws straatje dat doodloopt tegen een stuk van de stadsmuur van Philippe-Auguste uit de 13e eeuw.
Sla linksaf de rue de Nesle in en rechtsaf de rue Dauphine in. Weer rechts is de Passage Dauphine. Loop die in tot aan de rue Mazarine.
In de vredige passage Dauphine (met kinderkopjes, niet overdekt) is een kleine theesalon, l'Heure Gourmande, met een paar tafeltjes buiten. Er staan mooie vijgenbomen die het hier goed doen. De rue Mazarine is een smalle straat met kleine kunstgaleries.
Sla linksaf de rue Mazarine in en daarna rechtsaf de rue de Buci in. Steek de rue de Seine over en houd links aan tot je op de boulevard Saint-Germain komt. Loop door tot aan de Eglise Saint-Germain-des-Prés, aan je rechterhand.
De kerk Saint-Germain-des-Prés staat op de resten van een basiliek uit de 6e eeuw. In de tijd van Charles V (14e eeuw) werd de abdij uitgebreid, versterkt en omgeven door een gracht, die van water werd voorzien vanuit een kanaal dat liep waar nu de rue Bonaparte is. Ten tijde van de bouw was deze plek een weiland, vandaar de toevoeging ‘des-Prés’. Het is nu de oudste kerk van Parijs, gebouwd in allerlei stijlen en vele malen gerestaureerd: marmeren pilaren uit de merovingse periode, romaanse bogen en gothische gewelven. Er zijn 19e-eeuwse fresco’s te zien van Flandrin, een leerling van Ingres. In de kerk liggen verschillende beroemde personen begraven en de as van Descartes wordt er bewaard.
Het abdijcomplex besloeg een groot terrein, begrensd door de huidige rue Jacob, de rue de l’Echaude, de rue Gozlin en de rue Saint-Benoît. In de 17e eeuw werd de verdedigingsmuur vervangen door een eenvoudiger muur.
Langs de kerk aan de boulevard Saint-Germain is een parkje met wat bankjes en een kinderspeelplaats. Aan de kop staat een geglazuurde stenen poort, gemaakt bij de Sèvres porseleinfabriek voor de Wereldtentoonstelling van 1900.
Achter de kerk is een klein park (square Laurent Prache) waar overblijfselen staan van de Chapelle de la Vierge van de abdij. Ook is hier een beeld te zien van Picasso, dat Dora Maar voorstelt en dat hij maakte als eerbetoon aan schrijver en dichter Guillaume Appollinaire (1880-1918).
Loop vanuit het parkje de rue de l’Abbaye in.
Op nr. 6 en 8 stond vroeger de Chapelle de la Vierge uit 1250, gebouwd door Pierre de Montreuil, die ook de Sainte-Chapelle ontwierp. De kapel werd tijdens de Franse Revolutie gebruikt als gevangenis en werd later verwoest doordat een kruitarsenaal ernaast ontplofte. Iets verderop staat aan de andere kant van de straat het Palais Abbatial, gebouwd voor kardinaal Charles de Bourbon in 1586 en een eeuw later vernieuwd door kardinaal de Furstemberg. Het is, na de kerk, het enige overblijfsel van het omvangrijke kloostercomplex. Bijzonder is het gebruik van rode baksteen en natuursteen.
Sla linksaf de rue de Furstemberg in.
Het straatje is genoemd naar kardinaal de Furstemberg, die hiermee in 1699 een doorgang kreeg van de kerk naar zijn huis aan de rue Jacob. Hier heeft schilder Eugène Delacroix van 1857-1863 gewoond op nr. 6, nu het musée Eugène Delacroix. In het midden van de straat staan mooie Pauwlonia-bomen, die in het voorjaar bloeien met paarsblauwe bloemen.
Sla linksaf de rue Jacob in.
Dit was de noordmuur van het abdijcomplex. Nu is het een straat met oude huizen, antiquairs, dure stoffenwinkels, uitgevers en binnenhuisarchitecten.
Sla rechtsaf de rue Bonaparte in en weer rechts de rue Visconti in.
In de zestiende eeuw werd deze smalle, rustige straat ‘la petite Genève’ genoemd, omdat er veel hugenoten woonden die aan de Bartholomeusnacht waren ontsnapt. Hier hebben veel beroemde Fransen gewoond. Toneelschrijver Jean Racine woonde bijvoorbeeld op nr. 24, op nr. 20 schrijver Prosper Mérimée, op nr. 17-19 eerst schrijver Honoré de Balzac en later schilder Eugène Delacroix. Hij maakte hier schilderijen van onder andere George Sand en Chopin.
Sla rechtsaf de rue de Seine in en vlak daarna linksaf, de rue Jacques-Callot in.
Deze straat werd in 1912 aangelegd op de plaats van de passage du Pont-Neuf, een overdekte doorgang naar de Pont Neuf vanaf de rue de Seine. Hier staat op de hoek café Palette, van oudsher een kunstenaarscafé door de nabijheid van de Ecole des Beaux Arts, de kunstacademie. In de jaren 20 van de vorige eeuw kwamen hier veel schilders en schrijvers en in de jaren 60 was het een populair café bij de Nederlandse kunstkolonie. Binnen is alles donkerbruin geschilderd. Er hangen boven de bar een aantal met verf besmeurde paletten. De ruimte achter de bar (met oude spiegels) werd ooit gebruikt als een biljartkamer.
Loop terug naar de rue de Seine en sla rechtsaf, ga daarna de 2e links, de rue des Beaux Arts.
Op nr. 31 woonde ooit George Sand en in het hotel op nr. 13 stierf Oscar Wilde in 1900. Op nr. 10 woonde schrijver Prosper Mérimée en later schilder Corot.
Loop de rue des Beaux Arts uit en sla rechtsaf de rue Bonaparte in.
Tegenover je ligt de Ecole des Beaux Arts, gevestigd in een gedeelte van een klooster. Je kunt de cour bezoeken tussen 9 en 5 uur, soms het gebouw als er een tentoonstelling is. De binnenplaats is mooi, met een fontein, maar het gebouw ziet er verweerd uit.
Loop terug naar de rue des Beaux Arts tot aan de rue de Seine. Sla linksaf.
Tussen de nummers 2 en 10 stond een prachtig herenhuis met daaromheen een terrein van 16 hectare, begin 1600 gebouwd in opdracht van Marguérite de Valois oftewel la reine Margot, echtgenote van koning Henri IV. De ingang van het huis lag bij het huidige nr. 6 van de rue de Seine. De koningin liet een grote tuin aanleggen, waarvan twee lanen nu de rue de l’Université en de rue de Lille vormen (in het 7e arrondissement). Na haar dood in 1615werden huis en terrein verkocht en opnieuw bebouwd. De kapel met koepel bleef bewaard en maakt nu onderdeel uit van de Ecole des Beaux-Arts. Op nr. 6 is nu sinds 1938 het beroemde foto-agentschap Roger-Viollet gevestigd.
Loop de rue de Seine uit tot aan de square Gabriel-Perné aan je rechterhand.
In dit parkje staan twee mooie stenen bankjes in de vorm van een opengeslagen boek. In het voorjaar bloeien de prunussen.
Loop verder tot aan de quai Malaquais, steek de straat over en bekijk de gebouwen met je rug naar de Seine.
Voor je staat het Institut de France. Het werd in 1663 als Collège des Quatres Nations gesticht door kardinaal Mazarin die twee miljoen pond naliet voor de bouw van een school voor 60 scholieren uit pas verworven gebieden. Sinds 1805 biedt het gebouw onderdak aan de vijf Académies: de Académie Française, de Académie des Sciences, de Académie des Sciences Morales et Politiques, de Académie des Belles-Lettres en de Académie des Beaux Arts.
Tot 1660 stond ter hoogte van de linkervleugel van het Institut de France een verdedigingstoren van 25 m hoog, de Tour de Nesle, gebouwd in de 13e eeuw als tegenhanger van de toren van het Louvre aan de overkant van de Seine. De toren was onderdeel van de muur van Philippe Auguste. Eraanvast werd in in dezelfde eeuw een hôtel gebouwd, het Hôtel de Nesle. Op een bord is te zien waar de toren precies lag.
Links van het Institut de France, achter de bomen, staat het Hôtel des Monnaies, vroeger de munt van Frankrijk, gesticht door Lodewijk XV. Het is nu een museum.
Loop langs de Seine naar de Pont des Arts, tegenover het Institut de France.
De Pont des Arts is een voetgangersbrug, gebouwd in 1804. Tot 1848 moest je hier betalen om eroverheen te lopen. Vanaf de brug heb je een prachtig uitzicht op het Ile de la Cité en het Louvre. Vele schilders hebben dit tafereel geschilderd en vele zangers hebben de Pont des Arts bezongen. Verliefden steken slotjes met hun naam erop door het hek op de brug en gooien de sleutel in de Seine.
Loop terug naar de quai de Conti en ga linksaf tot aan de Pont Neuf en de square du Vert Galant.
|