Duur: 1,5 uur
Begin en eind: Place de l’Alma, metro Alma-Marceau
Loop van de place de l’Alma rechts naar het begin van de avenue de New York.
Hier staat de levensgrote vergulde replica van de vlam die het Vrijheidsbeeld in de voorhaven van New York omhoog houdt. Het was een herdenkingsmonument voor de Frans-Amerikaanse samenwerking ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de New York Herald Tribune. Na de dood van prinses Diana hier vlakbij is het een soort bedevaartsoord geworden voor Diana-fans.
Loop van de vlam terug naar de andere kant van het plein.
Aan de ingang van de cours Albert-Ier staat een beeld van de Poolse dichter en patriot Adam Mickiewicz (1798-1855), gemaakt door beeldhouwer Antoine Bourdelle.
Loop vanaf het plein rechts de avenue Montaigne in.
Aan beide kanten van deze chique straat staan prestigieuze modezaken en luxe gebouwen. Op nr. 15 (links) staat het Théâtre des Champs-Elysées (architecten Henry van de Velde en Auguste Perret, 1913). Het theater zou oorspronkelijk aan de Champs-Elysées gebouwd worden, maar daar kon geen bouwterrein worden gekocht, zodat men naar de avenue Montaigne ging. Het gebouw is uitgevoerd in art-nouveaustijl met een gevel van spierwit marmer en een basrelief van Bourdelle. Hier traden beroemdheden op als Noerejev, Josephine Baker, Charles Trenet en Maurice Chevalier. Nu worden er klassieke concerten gegeven en kleinere opera's opgevoerd.
Op nr. 25 is het Plaza Athenée uit 1911, een peperduur hotel waar staatslieden, vorsten en vips logeren. In de winter heeft het hotel een eigen ijsbaan en er zijn vijf restaurants.
De avenue Montaigne is de 'avenue de la Mode'. Dure mode wel te verstaan. Winkels van Dior, Louis Vuitton, Armani, de een nog luxer en mooier dan de ander. Er is zelfs een Baby Dior.
Sla rechtsaf de rue François Ier in tot aan de place François Ier.Sla nog een keer rechtsaf de rue Jean Goujon in.
Aan de overkant van de straat op nr. 15 staat de mooie Armeense kerk Saint Jean-Baptiste uit 1902, ingeklemd tussen twee huizen. Op de gevel is Johannes de Doper afgebeeld en er staan teksten op in Armeens schrift. Rechts van de ingang kun je door een deur en een gang een binnenplaats bereiken met een kleine tentoonstelling over deze kerk. Vraag als er iemand aanwezig is of je de kerk van binnen mag zien.
Loop terug naar het plein en de avenue Montaigne. Steek de avenue over en vervolg je weg op de rue François Ier. Sla de 2e straat links in, de rue Marbeuf.
De rue François Ier is iets minder chic dan de avenue Montaigne, maar er zijn nog steeds modehuizen, o.a. van Balmain, Courrèges en Diana von Furstenberg. Op nr. 5 van de rue Marbeuf, op de hoek met de rue du Boccador, staat de Fermette de Marbeuf, een restaurant in een art-nouveau-pand met dito inrichting. Binnen zijn de eetzalen prachtig versierd. Vooral de zaal helemaal achterin is mooi. Als je erom vraagt, laat men hem graag aan je zien.
Sla rechts de rue du Boccador in en ga aan het eind rechts de avenue Georges V in.
Je loopt recht tegen de American Cathedral in Paris aan, een mooi voorbeeld van Engelse 19e-eeuwse architectuur. Op deze avenue vind je weer winkels van grote modeontwerpers en juweliers. Op nr. 31, op de hoek met de avenue Pierre Ier de Serbie, is een winkel van Hédiard vol delicatessen. Iets verderop staan twee legendarische luxehotels uit 1928: het Four Seasons Hotel Georges V en Prince de Galles, beide in handen van Saoedi-Arabische families. Aan de andere kant van de avenue is music-hall Crazy Horse.
Sla linksaf de avenue Pierre Ier de Serbie in tot de avenue Marceau.
Aan de overkant op nr. 35 staat de Eglise St-Pierre-de-Chaillot. De kerk heeft een vreemde betonnen gevel met beeldenreliëf en een 65 m hoge klokkentoren. Ook van binnen doet hij somber aan. De kerk werd gebouwd in 1937 in neoromaanse stijl.
Loop de avenue Pierre Ier de Serbie helemaal af tot aan de place d'Iena.
Aan de linkerkant staat het Palais Galliera, het modemuseum van Parijs. Het is gevestigd in het voormalig paleis in Italiaanse Renaissancestijl van de hertogin de Galliera uit 1894. Het stenen gebouw heeft een metalen geraamte, ontworpen door Gustave Eiffel. Op de place d'Iéna, een groot onoverzichtelijk plein, staat aan de westkant het imposante gebouw van het musée Guimet met Oost-Aziatische kunst. Het werd gebouwd in 1888 in opdracht van industrieel Guimet als museum voor zijn kunstcollectie.
Ga scherp links de avenue du Président Wilson in.
Hier staat het Palais de Tokyo. Het is gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1937. In een van beide vleugels is het vernieuwde Musée d’Art Moderne de la Ville de Paris gevestigd. In de andere vleugel huist sinds een paar jaar het Palais de Tokyo - Site de création contemporaine met hedendaagse kunst. Van binnen is het helemaal verbouwd. Er is een restaurant, een café en een cafetaria. De naam verwijst naar de avenue de New York waar het gebouw aan ligt, die tot 1945 avenue de Tokyo heette.
Loop via de avenue du Président Wilson terug naar metrostation Alma-Marceau.
Wandeling impressionisten
Begin: metro Saint-Lazare (voor het Gare Saint-Lazare)
Eind: Place du Tertre
Deze wandeling beslaat het 8e, 9e en 18e arrondissement
Grote gedeelten van het 8e, 9e en 18e arrondissement waren in de tweede helft van de 19e en het begin van de 20e eeuw het domein van de impressionisten. Veel nu beroemde schilders en schrijvers woonden er en ontmoetten elkaar daar. Een wandeling langs het verleden.
Ga de rue de Rome in.
Op nr. 34 woonde de kunsthandelaar Paul Durand-Ruel, die vanaf het begin in de impressionisten geloofde en daar zijn vrienden ontving. Hij voorzag ze van een inkomen door nieuw werk van hen te kopen.
Sla links de rue de l’Isly in.
Op nummer 8 woonde Monet na de Frans-Pruisische oorlog van 1870. Een paar huizen verderop woonde Camille Pissarro vanaf 1893 op kamer 404 van hotel Garnier, met uitzicht op de place du Havre en het begin van de rue d’Amsterdam. Hij schilderde daar het levendige kruispunt in de regen in zijn schilderij Place du Havre, sous la pluie. Het Gare Saint-Lazare was nog maar net gebouwd. Voor schilders was het station de poort naar het platteland van Saint-Germain-en-Laye, Argenteuil en Bougival waar ze de ongerepte natuur schilderden in hun impressionistische stijl.
Claude Monet kreeg in in 1877 toestemming om op het perron in het station zelf te schilderen. Hij maakte een serie van zeven schilderijen in het Gare Saint-Lazare, waaronder La halle de Saint-Lazare. Sommige zijn te zien in het Musée d’Orsay en het Musée Marmottan.
Sla links de rue du Havre in.
Op de rue du Havre was het Lycée Fontane (nu Lycée Condorcet) waar Henri de Toulouse-Lautrec maar ook schrijver Marcel Proust naar school gingen.
Loop de rue du Havre af tot de place du Budapest. Ga daar linksaf de rue de Londres in tot aan de place de l’Europe achter het Gare Saint-Lazare.
Gustave Caillebotte maakte hier een schilderij met hemzelf op de voorgrond, met een hoge hoed op en een zwarte strik: Place de l’Europe, temps de pluie. Ook Monet schilderde de Pont de l’Europe, te zien in het Musée Marmottan.
Ga in noordoostelijke richting de rue de Saint-Petersbourg in.
Op nr. 4 woonde Edouard Manet vanaf 1868 op de beletage samen met pianolerares Suzanne Lehnhoff, die van Nederlandse afkomst was. Zijn atelier was op nr. 51 en hij stierf in 1883 op nr. 39.
Ga naar de place de Dublin en sla de rue de Moscou in.
Op nr. 29 hield de dichter Stéphane Mallarmé zijn salon voor schilders en schrijvers.
Keer terug naar de Place de Dublin, sla de rue de Saint-Petersbourg weer in tot aan place Clichy en sla linksaf de boulevard des Batignolles in. Neem dan de 4e straat rechts, de rue de Batignolles.
Place Clichy is uitgebreid beschreven in de roman Voyage au bout de la nuit van Ferdinand Céline. In de rue de Batignolles stond het beroemde café Guerbois, waar iedereen op aanraden van Manet kwam. Hij reserveerde op vrijdagavond altijd twee tafels voor zijn vrienden. Op nr. 11, vlak ernaast, verkocht hij zijn schilderijen. Sisley, Renoir, Cézanne, Bazille en Degas waren vaste bezoekers van het café. Cézanne en Degas kregen er flinke ruzie die zijn weerslag had op andere schilders. Manet sneed het hoofd van zijn vrouw uit een van de schilderijen van Degas omdat hij dacht dat Degas haar expres lelijk had afgebeeld. De ruzie werd uiteindelijk gesust door Emile Zola, die een voorvechter werd van de nieuwe schilderstijl.
Ga terug naar de place Clichy, loop zuidwaarts de rue de Clichy in en sla de eerste straat rechts in, de rue de Bruxelles.
Op nr. 21 woonden Emile Zola en zijn vrouw. Zij overleden er in 1902 na een koolmonixidevergiftiging, waarvan wordt gezegd dat iemand met opzet de schoorsteen had geblokkeerd vanwege Zola’s houding in de Dreyfuss-affaire.
Loop door tot place Blanche en vervolg de boulevard de Clichy.
In de Moulin Rouge traden in die tijd artiesten op zoals Jane Avril, La Goulue en Yvette Guilbert. Henri de Toulouse-Lautrec was hier kind aan huis en schilderde verschillende vrouwen die hier optraden. Op nr. 4 van de boulevard de Clichy stierf Degas in 1917, vereenzaamd en blind.
Ga bij place Pigalle rechts de rue du Perré in.
Naar deze wijk ten zuiden van place Pigalle, Nouvelle Athènes genoemd, verplaatsten de impressionistische schilders zich rond 1870 omdat ze café Guerbois te lawaaiig vonden. In de rue du Perré gaf schilder Picot ooit les aan Jozef Israëls en Jongkind. De avenue Frochot is meestal afgesloten, maar op nr. 15 was het laatste atelier van Toulouse-Lautrec. Hij stierf er in 1901.
Loop naar de rue Pigalle en sla linksaf de rue Notre-Dame-de-Lorette in naar de place Saint-Georges en de rue Saint-Georges.
In de rue Saint-Georges nr. 35 had Renoir een atelier vanaf 1873.
Sla linksaf de rue Saint-Lazare in en ga weer links de rue des Martyrs in.
Op nr. 75 was de beroemde brasserie des Martyrs waar schilder Courbet zijn schilderijen toelichtte voor zijn vrienden Baudelaire, Proudhon en Gautier. Ook de jonge Pissarro en Monet kwamen er, evenals Renoir. Volgens schrijver Alphonse Daudet had iedere beroemdheid zijn eigen tafel, waar gediscussieerd werd over kunst en cultuur.
Loop de rue des Martyrs terug, steek de boulevard de Clichy over en ga rechtsaf de rue des Abbesses in, steek de place des Abbesses over en ga rechtsaf de rue Tholozé in.
Hier staat nog de Moulin de la Galette, die geschilderd is door Corot, Toulouse-Lautrec, Cézanne en Van Gogh.
Ga terug naar de rue des Abbesses en loop door, de rue Lepic in.
Op nr. 45 woonden Theo en Vincent van Gogh. Daarvoor had Renoir er gewoond, na Van Gogh woonden er onder meer Raoul Dufy en Maurice Utrillo.
Sla aan het eind van de rue Lepic links de place J.B. Clément over, de rue Norvins in, tot aan de place du Tertre.